De talrijke narratieve elementen, zoals de verlaten straten en hutten, verlichte vensters en de het landschap beschouwende mensen of ook dieren, dragen in belangrijke mate bij aan de meestal licht melancholische stemming van de beelden. Indien men als beschouwer tevreden is met het zien van de werking die afzonderlijke motieven op de sfeer hebben, of ook met het blootleggen van de ideeën en gedachten die mogelijkerwijze achter deze motieven schuil zouden kunnen gaan, miskent men al te gemakkelijk, dat Kroner niet schildert omdat hij iets vertellen wil, maar dat hij iets vertelt omdat hij schilderen wil. Kroners beelden verwijzen dikwijls naar het Allgäu van zijn jeugd en zijn huidige omgeving omdat hij deze landschappen en de daarin aangetroffen motieven goed kent. Door de beschouwing van zijn schilderijen wordt echter zichtbaar, dat voor hem niet deze verwijzingen als zodanig, maar veel meer de hierdoor ontsloten mogelijkheden zijn schilderijen vorm te geven belangrijk zijn. Kroner weet aldus de menselijke kant van enkele schijnbaar abstracte problemen van het schilderen te tonen. De eigenlijke betekenis van de afgebeelde motieven kan zodoende pas in het licht van deze inspanning zichtbaar worden. Dit alles is niet nieuw – denkt men bijvoorbeeld aan de schilderijenreeks De Jaargetijden van Pieter Bruegel de Oudere – wellicht juist daardoor echter, interessanter.
(uit: Sven Kroner, ‘Schilder’ door: Sander J. Dekker)