Mediamatic Magazine vol 4#3 Errki Huhtamo 1 jan 1990

Gulliver in Figurine Land

In de tweede helft van de 19de eeuw en de eerste decennia van deze eeuw onderging de antropomorfe, op menselijke maten gebaseerde waarnemingswereld van de westerse mens een ingrijpende verandering: het grote werd nog groter en het kleine nog kleiner. De wereld kreeg gulliveriaanse verhoudingen.

Vergroot

Gulliver in Figurine Land -

Als symbool van deze ontwikkeling zou je het fenomeen wereldtentoonstelling kunnen zien. Nieuwe gigantische ijzeren constructies verborgen in hun binnenste een veelheid aan massa- geproduceerde gebruiks- en siervoorwerpen en dringende mensenmassa’s. Een vreemde logica verbond de enorme afmetingen van de Eiffeltoren met het miniatuurmodel, dat in de hand van een bezoeker van de tentoonstelling paste. Een reusachtige luchtballon veranderde in een kleine stip, als hij opsteeg naar de hemel. In de ogen van de passagiers werd het landschap ruimer en kromp het tegelijkertijd tot een nietig rijk van lilliputters.

Zoals bekend oefenden vele met elkaar samenhangende ontwikkelingsprocessen invloed uit op dit vergroten en verkleinen van perspectieven: het ontstaan van de grote steden, de industriële revolutie en de massaproduktie, de opkomst van grote menigten, technische uitvindingen - nieuwe bouwtechnieken, vervoermiddelen, mechanische reproduktietechnieken zoals lithografie, fotografie en film. De vergulliverisering van de wereld kwam zowel in kapitalistische als socialistische, zowel in democratische als totalitaire maatschappijen voor.

Deze doorbraak van groot naar groter heeft in het algemeen veel meer aandacht gekregen dan die van klein naar kleiner; ze zijn dan ook niet te vergelijken. De tentoonstelling Figurine! Pubblicitd, arte, collezionismo e industria 1867- 1985 in het Palazzo Reale in Milaan, die van eind oktober 1989 tot begin 1990 geopend was, bood gelegenheid om de dynamiek tussen het grote en het kleine te bekijken vanuit het oogpunt van dat laatste.

Verzamelplaatjes

Het onderwerp van de tentoonstelling in Milaan was het kleinste van het kleinste: verzamelplaatjes, waarmee men vanaf de tweede helft van de vorige eeuw tot op heden de meest uiteenlopende produkten op de markt heeft gebracht, van bouillon tot sigaretten en kauwgom. De tentoonstelling toonde aan hoe nauw deze verzamelplaatjes, die voor niet- verzamelaars onbenullige papiertjes zijn, kunnen samenhangen met de culturele context van hun tijd.

Het ontstaan van de figurine (verzamelplaatjes) is onlosmakelijk verbonden met verandering in de cultuur in de tweede helft van de 19de eeuw, met het idee om mooie plaatjes te gaan gebruiken om de produktie van goederen te stimuleren en te systematiseren. De chromolithografie bood de technische mogelijkheid zelfs plaatjes in ïz kleuren in grote hoeveelheden te drukken. De op deze manier geproduceerde plaatjes verschenen op kalenders, heiligenbeelden, etiketten, reclamekaartjes van winkels, lucifersdoosjes en chocoladeverpakkingen. Rond 1880 begon men plaatjes, die onderdeel van een serie waren, tenslotte in de verpakking zelf te doen. Pioniers op dit gebied waren de Duitse vleesverwerkingsfabriek Liebig, de Zwitserse chocoladefabriek Suchard en zijn Duitse concurrent Stollwerck. In de Verenigde Staten begon men met de zogenaamde Cigarette Gmls-traditie, ofwel de gewoonte om verzamelplaatjes in pakjes sigaretten te doen.

Deze traditie breidde zich rond de eeuwwisseling uit naar Engeland, waar deze werd gebruikt als hulpmiddel in de strijd om het tabaksmonopolie. De verzamelplaatjes waren de tovertrucs van het opkomend industrieel kapitalisme. Ze maakten van de consumptie een verzamelhobby en verborgen hun massaproduktie achter plaatjesseries. Het toverwoord was Biedermeier, dat zich presenteerde als het tegenovergestelde van het monsterlijke van de industriële revolutie; als gezellig, intiem en kleinschalig. In zo’n milieu (reëel of ideaal) werden de figurine in albums verzameld, in dozen bewaard, geruild als tijdverdrijf of gebruikt als speelfiches.

Sterren in Zakformaat

De thema’s van de figurine breidden zich uit. Ze omvatten een traditioneel repertoire van populaire onderwerpen als het dieren- en plantenrijk, de kosmos, karakteristieke en beroemde figuren. Hierbij hoorden de eigentijdse thema’s: technische uitvindingen, futuristische visies op het leven in het jaar 2000, karikaturen van beroemdheden, vlaggen van verschillende landen en tips voor tuinonderhoud. Langzamerhand verschenen naast de chromolithografie echte foto’s van filmsterren, sporthelden en verschillende delen van de wereld.

De figurine zetten zo, bewust of onbewust, het grote Encyclopedie-project uit de tijd van de Verlichting voort, bezit nemend van de wereld door middel van het fragmenteren en rubriceren ervan. Met andere woorden: het collectieve streven, dat Roland Barthes al zag beginnen bij de Zondvloed, waarbij de mens de diersoorten moest benoemen en ze moest scheiden van hun natuurlijke omgeving. De verzamelplaatjes prentten de verzamelaar een wereldbeeld in, waarin de dingen in relatie tot andere dingen een vaste plaats, een oorzaak en een gevolg, hadden.

De gulliveriaanse dynamiek tussen het grote en het kleine kwam het boeiendst tot uiting in de plaatjes van filmsterren die vanaf ongeveer 1920 een van de meest verbreide en langdurige figurine-soorten vormden. De bovennatuurlijk grote gezichten die vanaf het witte doek de bioscoop inkeken krompen opeens tot de grootte van een vingertop ineen. Het object van verre verering was plotseling hier, heel tastbaar!

Deze plaatjes hadden een taak in de verwachtingen, beloften en lust opwekkende machinerie, waarmee de sterrencultusde eigen familie in de portefeuille bewaard werden, meer zijn dan slechts een plaatje: de vertegenwoordiger van iemand die er niet was, bijna een deel van diegene, een middel om hetgene aan te raken, dat aanraking uit de weg ging. De vaak benadrukte religieuze eigenschappen van de sterrencultus komen misschien juist in figurine van filmsterren tot uiting.

Propaganda

Het meest verrassende van de Figurine-tentoonstelling was misschien wel de rol van de verzamelplaatjes in de propagandamachine van Nazi- Duitsland. De officiële Cigaretten-Bilderdienst, die door Joseph Goebbels was opgezet, produceerde series plaatjes bij sigaretten, die de nazi-ideologie moesten inprenten volgens de traditie van de Encyclopedisten. De onderwerpen waren onder andere het leven van Hitler, nazi-uniformen, de bevrijding van Oostenrijk en de Duitse strijdkrachten. Behalve de door Leni Riefenstahl geregistreerde film Olympia creëerde men ook een serie plaatjes bij sigaretten, die de Olympische Spelen van Berlijn afbeelden. Voor de verschillende series maakte men verzamelalbums, die van veel tekst waren voorzien.

De nazi's begrepen, dat men bij de nationaal-politieke opvoeding in een totalitaire maatschappij behalve aan de staatsmedia ook aandacht moest schenken aan kanalen, die onbeduidend leken. Volksrituelen en monumentale architectuur werden verkleind tot Biedermeier-afmetingen op plaatjes bij sigaretten. Ongetwijfeld hadden ze behalve een pedagogische en een propagandistische ook een sacrale functie: de figurine van de Führer en zijn rijk namen de plaats in van die van heiligenbeelden en filmsterren.

vertaling Petri Hoogendijk, Paul van Linde, Herman van Keulen